De beschikbaarheid van drinkwater staat onder druk. Als er niet tijdig actie wordt ondernomen, dreigt Nederland vanaf 2030 met structurele tekorten te kampen. “Grootverbruikers worden gevraagd hun verbruik met 20 procent te verminderen. En het juiste water voor het juiste gebruik, is daarbij een belangrijk uitgangspunt”, aldus Marrit van der Wal en Maarten Trilsbeek van het Centre of Expertise Water Technology (CEW).
Het Centre of Expertise Water Technology (CEW) in Leeuwarden werkt samen met bedrijven die hun waterverbruik slimmer en duurzamer willen maken. Daarbij speelt de inzet van studenten een belangrijke rol. Zij onderzoeken concrete vraagstukken uit de praktijk, bijvoorbeeld over waterbesparing, hergebruik of zuivering van proceswater.
Marrit van der Wal, onderzoeker bij CEW, licht toe: “De studenten brengen frisse ideeën, innovatie en nieuwe inzichten in onze onderzoeksprojecten. Ze voeren onderzoek uit, aangevuld met de kennis en ervaring van CEW-onderzoekers en lectoren. Met de steun van CEW worden technologieën ontwikkeld en gedemonstreerd; van laboratorium tot lancering. Zo dragen we bij aan innovatieve oplossingen voor het bedrijfsleven.”

“Als er geen substantiële actie wordt ondernomen, vanaf 2030 een structureel tekort aan drinkwater in Nederland.”
— uit een rapport van ILT
Toenemende waterschaarste
Waarom moeten we zuinig omgaan met drinkwater en hoe kunnen we het verbruik verminderen? Marrit licht dat toe met enkele cijfers: Maar liefst 70,9 procent van het aardoppervlak is bedekt met water. Daarvan zit 96,5 procent in zeeën en oceanen en is dus zout. Slechts 2,6 procent is zoet water. Uiteindelijk is maar 0,014 procent geschikt als drinkwater. “Het geeft aan hoe kwetsbaar onze drinkwatervoorziening eigenlijk is”, zegt ze.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) onderstreept die urgentie in haar recente signaalrapportage. “Drinkwaterbedrijven kunnen hun reserves steeds moeilijker op peil houden. Volgens de ILT ontstaat er, als er geen substantiële actie wordt ondernomen, vanaf 2030 een structureel tekort aan drinkwater in Nederland.”

Driesporenaanpak
Het CEW pleit voor een driesporenaanpak om het dreigende drinkwatertekort aan te pakken. “Dat begint met het terugdringen van de vraag”, legt Maarten Trilsbeek, projectmanager bij CEW, uit. “Uitgangspunt daarbij is: het juiste water voor het juiste gebruik. Dat betekent dat niet overal kostbaar drinkwater voor nodig is, zoals voor toiletspoeling of sproeien van het gras.”
Daarnaast vraagt CEW aandacht voor het vergroten van het aanbod. “In het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023–2030 onderzoekt het RIVM alternatieve bronnen die kunnen bijdragen aan een robuustere watervoorziening. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van de waterkwaliteit, in lijn met de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).”
Het derde spoor richt zich op een toekomstbestendige drinkwatersector. “Dat betekent financieel gezonde drinkwaterbedrijven, nauwere samenwerking met provincies en beter verbonden netwerken. We werken toe naar een gemiddeld verbruik van 100 liter drinkwater per persoon per dag in 2035, tegenover zo’n 125 liter nu”, aldus Trilsbeek.

Belangrijke maatregelen
Om deze doelen te bereiken, zijn verschillende maatregelen nodig. Voor huishoudens ligt de nadruk op gedragsverandering via communicatie en bewustwordingscampagnes op nationaal en regionaal niveau. Daarnaast wordt onderzoek gestimuleerd naar beprijzing van waterverbruik, en worden drinkwaterrestricties voorbereid voor crisissituaties waarin tekorten dreigen.
De zakelijke sector speelt eveneens een belangrijke rol, benadrukt Marrit. “Meer dan zeventig procent van het drinkwater in Nederland wordt gebruikt door huishoudens. De overige dertig procent is afkomstig van bedrijven en boeren. Daarmee is de industrie onmisbaar in het realiseren van de landelijke waterdoelen. Drinkwater is van hoge kwaliteit, maar dat betekent niet dat je het overal voor hoeft te gebruiken.”
Bij bedrijven draait het om inzicht en actie. Ondernemingen worden gestimuleerd om wateraudits uit te voeren, zodat duidelijk wordt waar binnen hun sector besparingspotentieel ligt. Er komt meer aandacht voor kennisdeling tussen koplopers, het ontwikkelen van benchmarks en het stimuleren van investeringen in waterbesparende technologie.
Tips voor de bakkerij- en zoetwarensector
Binnen de bakkerij- en zoetwarenindustrie zijn aanzienlijke besparingen mogelijk, weet Marrit. “Het begint met bewustwording van het verschil tussen watergebruik en waterverbruik. Watergebruik is de totale hoeveelheid water die een bedrijf inzet in processen, terwijl waterverbruik het deel daarvan is dat daadwerkelijk wordt verbruikt en niet wordt teruggevoerd in het systeem.”
Daarnaast is het zinvol om laagwaardig gebruik van drinkwater te vermijden en gebruik te maken van alternatieven zoals hemelwater of hergebruikt water. Wie inzicht wil krijgen in het eigen besparingspotentieel, kan een verdiepende waterscan laten uitvoeren. “Zo’n scan brengt niet alleen het actuele verbruik in kaart, maar laat ook zien waar quick wins te behalen zijn en welke investeringen zich op termijn terugverdienen. Dat biedt waardevolle aanknopingspunten om gericht te sturen op waterbesparing.”
Tekst: Wendy Noordzij | Foto’s: Clara Bloemhof